De zoemende toeters zijn een bron van ergernis voor vrijwel elke voetbalkijker. Het enige voordeel is dat eventuele spreekkoren niet hoorbaar zijn. Overigens laten de voetbalkijkers zich er niet door weerhouden, want het WK wordt weer massaal bekeken en ook lijkt de oranjegekte weer verder te gaan dan voorgaande jaren, gezien de vele buurten die oranje kleuren. De vergelijking met een religie wordt al snel gemaakt: Het Nederlands elftal heeft veel aanhangers, en de spelers worden soms ‘aanbeden’. Het gezamenlijk kijken naar wedstrijden brengt mensen dichter bij elkaar. Daarnaast kan het allesbeheersend zijn, niet alleen voor de volgers, maar ook voor de ‘buitenstaanders’. Natuurlijk zijn er genoeg verschillen aan te wijzen: het gaat niet om verlossing van de mens, er ontbreekt een visie op de aarde en de mensheid. En hoewel het een wereldwijd fenomeen is, is dat ook de zwakte, want in de meeste gevallen is de gekte toch wel gebonden aan het land van herkomst. Maar toch… het blijft een beetje beschamend dat iets als voetbal zoveel mensen weet te boeien, terwijl het uiteindelijk over niets gaat. Waar is dan de kerk gebleven? Wat heeft het voetbal wat het christendom niet heeft? Waar is de aantrekkingskracht van het evangelie?
Een groot gevaar is dat we het evangelie en voetbal tegen elkaar gaan uitspelen. Daarmee wordt de kloof alleen maar groter. We kunnen wel gaan wijzen naar de fans die zich overgeven aan het voetbal, maar niet door lijken te hebben dat er veel wezenlijker dingen zijn. Daarmee doet de kerk verongelijkt. Als wij mensen willen bereiken met onze boodschap, dan moeten we juist aandacht hebben voor die mensen: wie zijn ze, wat interesseert ze? En we moeten kijken naar de middelen die we hebben om ze te bereiken. Zoals Jezus gelijkenissen vertelde over het dagelijks leven dat de mensen toen beheerste, zo zijn er ook nu parallellen te trekken tussen voetbal en het evangelie. Of de kerk kan aansluiten bij het evenement door bijvoorbeeld de soos open te stellen en gewoon te faciliteren. Aanwezig zijn is soms belangrijker dan de boodschap, die komt later wel. En zelfs al die niet komt, dan laat de kerk zich zien als een organisatie die midden in de samenleving staat en oog heeft voor wat er buiten de kerkdeuren gaande is. Een betrokken kerk is ook heel wat waard.
Misschien kunnen we hulp verwachten uit onverwachte hoek. Menig voetballer laat vaak op het veld zien waar hij het van verwacht. Kijk bijvoorbeeld naar de Braziliaan Kaká die bekend staat om zijn geloof in God. Ook draagt hij geregeld shirts onder zijn wedstrijdshirts met de tekst I belong to Jesus en die tekst is zichtbaar als hij scoort en zijn shirt uittrekt. Mooie mogelijkheden om bij aan te sluiten. Die voorzet hoeven wij alleen nog maar in te koppen . . .





